Hoe maak ik een degelijke gemeenschappelijke duivenvolière ?

 

Vaak krijg ik van beginnende duivenliefhebbers de vraag: “Kan ik in een volière meerdere soorten duiven bij elkaar plaatsen en kan ik eventueel andere diersoorten zoals fazanten, eenden, vogels, … ook hierin onderbrengen?”

Een correct sluitend antwoord op deze vraag geven is echter onmogelijk omdat we te maken hebben met levende wezens en dat deze niet altijd dezelfde gedragingen hebben.

We kunnen wel proberen om een mogelijke oplossing te zoeken door zich te houden aan bepaalde voorwaarden:

- de grootte van de volière.

- de indeling van de volière.

- de samenstelling van de kweekkoppels.

- het tijdstip van opstarten van de bevolking in de volière.

- welke soorten zal ik in de volière samenbrengen?

- zullen dit winterharde soorten zijn of soorten die verwarmd moeten overwinteren?

- de voeding van de dieren.

- en nog tal van andere facetten waar we moeten mee rekening houden.

 

Aan de hand van een eigen belevenis wil ik graag mijn eigen bevindingen vertellen.

 

Iets meer dan vijftien jaar geleden moest ik door familiale omstandigheden verhuizen en al mijn dieren van de hand doen.

Ongeveer een half jaar heb ik dan zonder dieren geweest, maar na dat ik terug goed gevestigd was, kwam de kriebeling er weer om opnieuw te starten met het houden van duiven.

Dagen heb ik dan zitten piekeren over het maken van een goede huisvesting voor mijn duiven.

Mijn besluit stond tenslotte vast: het zou een gemeenschappelijke volière worden met verschillende duiven soorten en eventueel kwartels of fazanten.

Ik ben dan gestart met het maken van schetsen om later toch zo weinig mogelijk fouten in de bouw van de volière te maken. Maar je zal altijd merken- het is zoals bij het bouwen van een huis – vergissingen worden er toch steeds gemaakt.

Mijn volière zou bestaan uit een volledig dicht gedeelte (goed geïsoleerd) en een half open gedeelte uit gaas.

Eerst werd er volgens de omtrek een fundering in beton gemaakt. Het binnenhok kreeg als afmetingen: breedte 4 m lengte 4 m en een plat afhellend dak van 2,30 m naar 2 m.

De achterwand en één zijkant werd volledig dichtgemaakt met een houten constructie.In deze zijwand werd de toegangsdeur aangebracht. Naar de oostkant werd er een raam geplaatst en in de zuidkant die later zou aansluiten op de buitenvolière werd een deur en twee ramen geplaatst. De deur zou later dienst doen als doorgang naar de buitenvolière. Op de bodem werd eerst een dikke plasticfolie gelegd om er vervolgens een laag beton van 10 cm op uit te storten. De plasticfolie dient om de bodemvochtigheid tegen te houden. Op deze bodem werd dan later een laagje witte zand uitgestrooid om alzo de volière gemakkelijk te reinigen.

Op verschillende plaatsen en hoogtes werden er nestkistjes van verschillende grootte opgehangen.

De buitenvolière zou dan een lengte krijgen van zes meter. Bij de aansluiting aan de binnenvolière werd nog 2 m met golfplastiek overdekt. Dit vooral om inslaande regen tegen te houden. In het overdekte gedeelte werd een dikke laag wit zand op de bodem uitgestrooid.

In dit gedeelte werden er ook weer nestkistjes opgehangen. Het overige gedeelte van de volière werd beplant en kreeg een bladaarde ondergrond. Op verschillende plaatsen, zowel in de binnen- als buitenvolière werden tal van zitstokken aangebracht.

Probeer deze stokken wel zo aan te brengen dat je zelf nog makkelijk in de volière kan rondstappen. Dit vooral om alles goed te kunnen kuisen en om eventueel later vogels uit te vangen.

De volière was volledig af en dus konden de bewoners aangeschaft worden.

Dit was natuurlijk het grootste probleem. Welke soorten en hoeveel ?

Eerst en vooral zouden het jonge dieren moeten zijn en zouden ze ongeveer op hetzelfde tijdstip in de volière geplaatst worden, liefst in het najaar. Op deze manier zouden de dieren zich kunnen wennen aan de nieuwe omgeving alsook aan andere soortgenoten. Allemaal jonge dieren heeft dan ook weer zijn voordeel dat er in het begin zeker geen agressiviteit ontstaat.

Mijn keuze viel op volgende soorten: Wongaduif, bronsvleugelduif, Nepalduif, koekoeksduif, Senegaltortel, groenvleugelduif, olijfduif, tamboerijnduifje en diamantduifje.

Waarom deze keuze?

In de eerste plaats zijn het soorten die ik graag zie, ten tweede zijn het soorten die normaal niet agressief zijn en ten derde: soorten van verschillende grootte, verschillende kleuren en ook soorten die vaak op de grond vertoeven en andere die zich meer in de hoogte ophouden.

Als medebewoner werd er ook nog voor een koppeltje pauwfazanten gekozen en een mannetje Japanse nachtegaal vanwege zijn mooi gezang.

In de binnenvolière werd op verschillende plaatsen op de grond eetbakjes en drankpotjes geplaatst.

De dieren hebben op deze wijze de volgende zachte winter goed doorgekregen. Eventjes stelde zich wel een probleempje met de pauwfazantjes omdat ze buiten bleven slapen. Ik heb hen dan ’s avonds meerdere keren moeten binnen jagen en na een week bleven ze dan ook gedurende de nacht binnen slapen. Het was een zachte winter, dus moest ik niet bij verwarmen.(Dit enkel voor de pauwfazantjes)

In het voorjaar werden de nestkistjes wat voorzien van hooi en dennennaalden (Grove den).

In de maand maart hoorde ik dan ook voor het eerst de Wongaduif roepen.Ook de bronsvleugelduif begon actief te worden en bij de minste zonneschijn zag ik het diamantduifje meerdere malen het hof maken aan zijn duivinnetje. Met andere woorden: er begon ‘leven’ te komen in de volière.

Het was ook heel goed waarneembaar dat elk koppeltje een vaste plek in de volière uitgekozen hadden en dat ze dit ook begonnen af te bakenen als hun eigen territorium.

Meerdere koppeltjes begonnen ook stilaan met het uitkiezen van een nestplaats en sommigen starten reeds met het bouwen van een nest.

Alles verliep tot dan nog steeds vlekkeloos.

Het diamantduifje had het eerst een legsel. Spoedig volgde ook de bronsvleugelduif en de wongaduif. De eerste jongen die geboren werden in mijn volière waren die van het diamantduifje. Na twee dagen waren de jongen echter verdwenen. Geen spoor van hen te vinden. De bronsvleugelduif kreeg als tweede jongen en ’s anderendaags was ook hier een jong verdwenen. Ik heb dan gedurende verschillende dagen vele uurtjes voor de volière doorgebracht om deze verdwijning te kunnen achterhalen. De diamantduifjes hadden inmiddels reeds hun tweede legsel geproduceerd en toen werd het me duidelijk wie de dader was. De Japanse nachtegaal pikte zelfs de eitjes uit het nest van de diamantduifjes. Al vlug gedaan met het mooie gezang en deze vogel werd aan een vriend meegegeven.

Inmiddels waren ook de andere bewoners actief geworden. Er ontstond echter een tweede probleempje. De Nepalduif en de koekoeksduif hadden dezelfde nestkist uitgekozen en geen van beide paren wilde wijken. Er werd een eitje gelegd door de Nepalduif, doch al spoedig door het vechten stukgeslaan. Ik had reeds enkele individuele volières gemaakt en de koekoeksduif verhuisde naar een andere volière.

De rust was weer hersteld.

Bij het betreden van de binnenvolière kreeg ik echter een nieuw probleem. Het haantje van de pauwfazant was zeer agressief geworden en viel me dan ook regelmatig aan. Dit was soms wel wat vervelend, maar ja zo zit de natuur nu éénmaal in elkaar. Maar ook deze bewoners heb ik er later moeten uitpakken omdat ze ook jonge hulpeloze duifjes naar een andere wereld hielpen.

Met de andere duiven is gedurende jaren goed gekweekt en deze hebben steeds mooi in harmonie samengeleefd.

Natuurlijk is de hobby steeds verder uitgegroeid en doet deze volière nu dienst als kweekruimte voor drie koppels Nicobarduiven.

Daar ik steeds een goede herinnering overgehouden heb aan deze gemeenschappelijke volière heb ik vier jaar geleden een nieuwe gemeenschapsvolière gebouwd. Deze keer veel groter: het binnenhok meet 8 m op 4 m en de buitenvolière is in een L-vorm gebouwd en meet 20 m lengte en 6 m breedte en nog eens 12 m bij 2 m. Hierin zijn vijftien soorten duiven ondergebracht en van sommige soorten zelfs twee of drie koppels. De volière is dichtbegroeid en vele duivensoorten bouwen hun eigen nest in de beplanting. Soms is het zelfs zoeken naar kleinere nestjes van het diamantduifje of het zebraduifje.

In deze volière zijn zelfs twee paar vlekkenduiven en een paartje Australische kuifduiven ondergebracht.

Het grote probleem in deze volière is echter dat de duiven een zeer lange vlucht hebben en dat ik nogal eens geplaagd zit met roofvogels (vooral de sperwer) die aanvallen maakt op de duiven. Hij kan de duiven niet raken, doch in paniek vliegen deze pal tegen de draad aan.

Ik heb dan enkele duivenranken over de volière laten groeien zodanig dat de duiven zich nu toch wat veiliger voelen.

In deze volière had ik een klein betonnen vijvertje gemaakt met de bedoeling om er ook een paartje mandarijneendjes in te laten rondvliegen. Deze heb ik er echter terug moeten uithalen om twee redenen: jonge duifjes verdronken soms in het water en het water was steeds vlug vuil door het woelen van de eendjes en dit was zeker niet bevorderlijk daar ook de duiven van dit vuil water dronken.

Dit jaar heb ik het zelfs aangedurfd om in een volière van 1,2 m breedte bij 6 m lengte een koppel Australische kuifduiven samen met een koppel Guineaduiven met succes te kweken.

Dit alleen maar om aan te tonen dat soms ook zeer agressieve duiven, mits wat geluk, samen kunnen gehuisvest worden.

Een ander probleem dat zich ook voordoet in een gemeenschappelijke volière is het uitvangen van de jonge dieren. Hierin moet men zich beperken tot één- of tweemaal uitvangen per jaar. Bij het gebruiken van het net worden de dieren vlug schuw en kunnen broedende paartjes het nest verlaten.

 

Ik heb geprobeerd aan de hand van mijn bevindingen de voor- en nadelen van een gemeenschappelijke volière op een rijtje te plaatsen.

Persoonlijk ben ik voorstander om op deze manier te werken. Natuurlijk zal men minder jongen kweken in zo’n volière maar het is toch zo prachtig om de bezorgdheid van de ouderdieren ten opzichte van hun jongen waar te nemen.

 

  1. Cleynen