Blauwe kroon

Inleiding

De kroonduiven zijn de grootste onder de vele duivensoorten en behoren tot het genus Goura. Door hun mooie, waaiervormige kroon en hun zachtgrijze kleur zijn het opvallende verschijningen. Hun grootte varieert tussen de 60 cm en de 80 cm en hun gewicht ligt tussen de 2,2 en 2,5 kg. Door hun grootte en hun aangepaste verwarmde huisvesting blijft het voor vele liefhebbers een droom om deze vogels in het bezit te krijgen. In hun habitat zijn het echter vogels die nog al eens ten prooi vallen aan stropers voor hun lekkere vlees.

Er bestaan drie soorten kroonduiven. Ze komen vooral voor op Nieuw-Guinea. Het zijn tamelijk tamme vogels die men zowel aantreft in dichtbegroeide bossen alsook op open vlakten. Ze wandelen paarsgewijs of in kleinere groepen steeds op de bodem rond. Tevens wippen ze dan met elke pas steeds met de staart licht omhoog.

’s Avonds rusten ze wel in de bomen.

Hun voeding bestaat vooral uit afgevallen vruchten, bessen, bladknoppen, slakken en allerlei insecten.

Balts

De balts is een mooi schouwspel. De doffer heft en spreidt de staart, opent een beetje de vleugels en buigt dan meerdere malen de kop tot tegen de grond. Hij laat hierbij dan ook een tamelijk luid grommend geluid horen dat als volgt klinkt: ‘uuhmp-uuhmp’. Juist voor het paren danst hij dan met steil opgerichte vleugels rond de duivin en probeert met zijn snavel die van de duivin te raken en dwingt ze zo door de knieën te gaan. Hij loopt dan nog een paar keer rond de duivin en gaat dan over tot de paring.

Kweek in hun habitat

De doffer zal een hoger gelegen plaats in een boom uitkiezen en zal de duivin lokken met zijn diep grommende lokroep. Het nest bouwen ze uit stevige takken en wordt steeds hoog in de bomen gebouwd (tussen de 5m en de 10 m).

Ze leggen één ei en de broedduur bedraagt tussen de 28 en 30 dagen. Het jong blijft ongeveer een maand in het nest en wordt zelfs nog twee maanden verder gevoederd door de doffer.

Kweek in beschermd milieu

Door de grootte van deze duiven en de vereiste verwarmde volières werden deze duiven in het verleden alleen maar gehouden in dierenparken.

De eerste kroonduiven werden einde jaren 1700 door Hollanders naar onze gewesten overgevaren. In 1850 hadden vooral de zoo’s van Rotterdam, Parijs en Londen de eerste nakweek.

In privé handen was het vooral de geslaagde kweek van de Nederlander Harrie Weekers die we moeten onthouden. Elk jaar kon hij een groot aantal kroonduiven grootbrengen.

Doordat de duiven nog al eens hun nest vroegtijdig verlieten, heeft hij dan ook getracht de dieren met de hand groot te brengen. Dit is hem in zijn laatste levenjaar, 1996, dan ook gelukt.

Het zijn duiven die een hoge leeftijd van 45 jaar kunnen halen.

De ringmaat is 18 mm.

Deze vogels komen voor op de lijst CITES II.

De kroonduif (Goura cristata)

F.: Goura couronné

E.: Western Blue crowned pigeon

D.: Krontaube

Men onderscheidt twee ondersoorten:

Goura cristata cristata Pallas 1764; de nominaatvorm die vooral in het noordwesten van Nieuw-Guinea voorkomt.

Goura cristata minor Schlegel 1864; komt voor op de eilanden Batana, Weigeo, Misoll en Salawati. Deze ondersoort is wat kleiner en donkerder van kleur dan de nominaatvorm.

Hun kroon, kop, hals, bovenrug en het onderste deel van de duif is blauwgrijs. De eindpunten van de waaier laten wat zilverachtige weerschijn zien. Rond het oog hebben ze een zwarte teugeltekening die van de snavel rond het oog nog verder doorloopt tot iets achter het oog.

De middenrug en de buitenste helft van de kleine en middelste vleugeldekveren zijn donker purperrood. De grote vleugeldekveren zijn wit met een brede bruine eindband die een vleugelspiegel vormen. De schouders en het bovenste gedeelte van de rug is roodbruin.

De snavel is blauwgrijs en de oogiris is rood. De poten zijn erg schubachtig en donkerrood.

De grootte varieert van 66 cm tot 75 cm en hun gewicht bedraagt 1800-2400g.

Het was Pallas die deze duif voor het eerst beschreef in 1764. Het waren vooral de Nederlandse Oostindiëvaarders die deze soort naar Europa brachten. De eerste broedresultaten hadden plaats in 1850 in de zoo’s van Londen, Rotterdam en Parijs.

duif G. cristata