Scheepmake

Scheepsmakerskroonduif (Goura scheepmakeri)

F.: Goura de Scheepmaker

E.: Southern Maroon-breasted crowned pigeon

D.: Rotbrustkrontaube

Men onderscheidt twee ondersoorten:

Goura scheepmakeri scheepmakeri Finch 1876; verblijft in het kustgebied van het noorden tot het zuidoosten van Nieuw-Guinea.

Goura scheepmakeri sclaterii Salvadori 1876; komt vooral voor in het zuiden van Nieuw-Guinea.

Deze duif gelijkt op de gewone kroonduif. De poten zijn donkerder gekleurd en de waaier is groter. De borst en de buik zijn kastanjebruin gekleurd. De rug en de staart blauwgrijs, de vleugelspiegel lichtgrijs met purperrode eindbanden. De kleine vleugeldekveren zijn grijsblauw. Enkele van de staartpennen hebben witgrijze eindpunten.

De grootte varieert tussen de 71 cm en de 79 cm en het gewicht bedraagt 2000-2235 g.

Bij de ondersoort G. s. sclaterii is de hals en de borst roodbruin, de vleugeltoppen wit en de kleine- en middenste vleugeldekveren kastanjebruin. De onderste delen blauwgrijs en de waaier is donkerder. De snavel donker blauwgrijs, de oogiris dieprood en de poten purperrood.

Voor het eerst ingevoerd in 1903 in de Londense zoo en hoogstwaarschijnlijk voor het eerst gekweekt in Frankrijk.

rs kroonduif G. scheepmakeri