Victoria kroond

Victoriakroonduif (Goura victoria)

F.: Goura de Victoria

E.: Victoria Crowned pigeon

D.: Fächertaube

Men onderscheidt twee ondersoorten:

Goura victoria victoria Fraser 1844; komt voor op de eilanden Japen en Biak.

Goura victoria beccarii Salvadori 1876; in het noorden van Nieuw-Guinea.

Het gevederte is blauwachtig met waaierveren die aan de rand spatelvormig verbreed en wit gezoomd zijn. Rond de ogen is er ook een zwarte teugelvorm. De vleugelspiegels en de staartuiteinden zijn blauwgrijs. De hals en borst zijn kastanjebruin. De poten zijn paarsrood, de oogiris is rood en de snavel donkergrijs.

De grootte is 66 – 74 cm en het gewicht varieert rond 2350 g.

Voor het eerst ingevoerd in de Londense zoo waar in 1848 een doffer van de gewone kroonduif gekoppeld werd aan een duivin van de Victoriakroonduif. Hieruit werd een jong geboren dat slechts vier dagen is blijven leven. In 1850 werd uit deze kruising dan wel een volwaardig jong geboren. De eerste reine nakweek was in 1881 in Frankrijk in de tuinen van Andilly bij Parijs.

Op bezoek bij de familie Mommen

Oktober 2009

We bevinden ons in het prachtige, landelijke Hageland in België. Het deinende landschap met de vele fruitbomen toont in het voorjaar een schilderachtig uitzicht door de vele bloesems.

In deze streek vinden we het zeer gekende bloemendorp Waanrode.

Hier woont Jean-Pierre Mommen samen met zijn vrouwtje Viviane en hun twee tienerdochters.

In de voortuin zien we prachtige bronzen beelden van kraanvogels en horen we ook de roep van verschillende echte kraanvogels. We zijn er zeker van dat hier een vogelliefhebber woont.

Het interieur van hun huis wordt opgeluisterd door prachtige beelden en schilderijen van pauwen, een hobby apart van Jean-Pierre.

Vanuit de veranda hebben we een mooi zicht op de vele volières van zijn dieren.

Van jongs af was Jean-Pierre reeds bezeten van vogels, vooral kanaries en alle soorten Europese vogels. Deze kriebels heeft hij geërfd van zijn vader.

Wanneer hij in de zomer langs de landelijke wegen fietste, kwam hij steeds langs een boerderij waar hij blauwe en witte pauwen in volle pracht kon bewonderen. Het pronken van deze vogels vond hij zo een prachtige schouwspel dat hij er zeker van was dat hij deze later in zijn tuin zou willen houden.

In de jaren ’70 kocht hij dan jonge witte pauwen van een gekend kweker, Delaet Robert.

Hij heeft verschillende jaren met deze witte pauwen gekweekt en tot op heden lopen er nog steeds witte pauwen rond in zijn tuin.

In 1975 was er dan een import van Javapauwen en ook deze dieren werden aangeschaft.

Naast de pauwen had Jean-Pierre mooie eenden- en ganzenperken aangelegd. Van de vele soorten ganzen hield hij twee koppels om aan toekomstige liefhebbers steeds onverwante dieren te kunnen geven.

Doch ook hij werd het slachtoffer van de gruweldaden van de vos en na een paar bezoeken van deze rover bleef er niet veel van zijn watervogels over.

Er werd duchtig nagedacht over de toekomst van de hobby en er werd besloten om alles zoveel mogelijk in volières onder te brengen.

In 1990 werden dan de eerste kraanvogels aangeschaft. Al vlug werden er goede kweekresultaten bekomen en de soorten werden verder uitgebreid.

In 1991 wilde de familie een nieuwe uitdaging en werden er kroonduiven aangeschaft. De eerste dieren kwamen via dhr. Roosen uit de kwekerij van dhr. Weekers. Dit bleken later wel wat oudere dieren te zijn en de tegenslagen stapelden zich dan ook op. Al vlug verloren ze enkele dieren en de bezorgdheid om met deze dieren te kweken nam dan ook toe.

In 1991 kon hij zich enkele nieuwe dieren aanschaffen via import uit Singapore.

Alles liep nog niet van een leien dakje, maar toch werden de eerste kweekresultaten behaald.

Alle jonge vogels werden bijgehouden en later werden er dieren geruild met liefhebbers uit Spanje.

Jean-Pierre schafte zich dan ook Nicobarduiven aan. Al vlug bleek dat er een tekort ging zijn aan volières.

De oude eendenperken werden geruimd en hier werden dan de nieuwe volières voor de kraanvogels gebouwd.

Achter het huis werd een nieuwe reeks duivenvolières gebouwd.

De binnenhokken werden volledig geïsoleerd en zijn gemaakt van de gekende sandwich-panelen. Deze panelen hebben het voordeel dat ze langs de boven- en onderzijde mooi afgewerkt zijn en dat hiertussen een goede isolatie zit die ook muizenvrij kan gehouden worden. Deze binnenhokken meten 2 m bij 2 m en een hoogte van 2 m. Deze hokken zijn door middel van een deur verbonden met de buitenvolières. Deze zijn 2 m bij 5 m. Deze volières zijn gemaakt van metalen frames. Zowel in het binnenhok als in de buitenvolières zijn enkele dikke ruststokken aangebracht. In het binnenhok is er een nestkorf voorzien.

De kroonduiven worden steeds per paar in een volière gehouden samen met toerako’s, spreeuwen of beo’s. De Nicobarduiven worden per drie koppels in één volière gehouden.

Het samengaan van diverse soorten vogels met kroonduiven gaat prima daar de kroonduiven bijna altijd op de grond vertoeven en de andere soorten vogels steeds het bovengedeelte van de volières als hun biotoop gebruiken. Het enige gevaar voor de medebewoners van kroonduiven is, dat deze nog al eens rake klappen met de vleugels kunnen geven. Soms kan dat wel eens nare gevolgen hebben voor kleinere vogelsoorten.

De duiven kunnen steeds in de buitenvolière en dit zowel met regenweer als met zonneschijn.

Ze laten zich graag met opgeheven vleugel nat regenen en ook maken ze graag gebruik van een zonnebad. ’s Avonds worden alle dieren in de binnenhokken opgesloten. Dit vooral opdat ze ’s nachts niet zouden opschrikken door een kat of uil die op de volière komt zitten. Ook tijdens de winter kunnen ze in de buitenvolière, alleen met vorst worden ze binnen gehouden.

Daar de hokken zeer goed geïsoleerd zijn, wordt er zeer zelden bijverwarmd. Bij jonge vogels hangen we een verwarmingslamp.

Voor het ogenblik wordt er met de drie soorten kroonduiven gekweekt.

De kweek lukt niet altijd zoals gewenst. Gewoonlijk maken de kroonduiven wel een mooi nest in de aangeboden broedkorf, maar ze verlaten soms al snel het legsel dat uit één ei bestaat. Dit komt vaak ofwel door storing ofwel doordat de doffer en de duivin niet op hetzelfde moment ruien.

De voeding bestaat uit een goede postduivenmengeling van Versele, aangevuld met P40-korrel, T16-fruitkorrel alsook verschillende korrels van Versele (Carrotkorrel, groenetenkorrel,…) en een vruchten- en groentemengsel.

Alle vogels zijn zeer tam. We kunnen altijd door de volières wandelen zonder dat de vogels zullen schrikken. Ze worden ook bijna allemaal handtam gemaakt door stukjes brood of biscuitcakes aan te bieden.

Elke dag krijgen ze proper water.

De hygiëne in de hokken is van zeer groot belang.

Er wordt zowel aan natuurbroed gedaan alsook worden er eieren uitgebroed in de broedmachine en de jongen worden van de eerste dag met de hand groot gebracht.

Men beweert wel eens dat vogels die met de hand grootgebracht worden, zelf nooit zullen kweken. Jean-Pierre spreekt dit met klem tegen. Hij kweekt namelijk wel met dieren die met de hand zijn grootgebracht. Natuurlijk moet er met sommige factoren een beetje rekening gehouden worden. Liefst zal men meerdere jongen op hetzelfde ogenblik grootbrengen en de jonge vogels worden ook zo snel mogelijk met oudere vogels in contact gebracht. Dit om geen valse inprenting te krijgen.

Het met de hand opfokken van jonge vogels neemt veel tijd in beslag. ’s Avonds laat wordt de laatste keer gevoederd en ’s morgens wordt er reeds zeer vroeg opnieuw eten gegeven. Overdag wordt er meermaals met kleine hoeveelheden bijgevoederd. Ook de hygiëne en de constante temperatuur is van groot belang. De vogels worden opgekweekt in opfokkooien die voorzien zijn van een broedthermostaat. Ze worden op doeken gehouden die elke dag ververst worden.

Het grootbrengen met de hand is vooral de taak van Viviane, de echtgenote van Jean-Pierre.

De verzorging van de dieren gebeurt door heel de familie. Ook de twee tienerdochters helpen graag mee. De oudste Priscilla heeft momenteel wat minder tijd daar de studies nu veel tijd in beslag nemen. De jongste dochter Dana heeft zelf een paar volières met uilen. Haar Laplanduilen komen gezwind op haar schouders zitten.

Een greep uit de vogels waarmee de familie Mommen kweekt:

- Drie soorten kroonduiven

- Zeven soorten kraanvogels

- Twee soorten uilen

- Argusfazanten

- Javapauwen en witte pauwen

- Verschillende soorten toerako’s

- Verschillende soorten spreeuwen

- Verschillende soorten eksters en gaaien

- Grielen

- Enz.

We hopen dat de familie Mommen nog lang hun hobby verder kan uitbouwen en dat er veel jonge dieren gekweekt worden, zodat het voortbestaan van vele vogelsoorten in beschermd milieu verzekerd blijft.

uif G. victoria