Bartlettduif

Kweekervaringen met de Bartlett dolksteekduif

door: A. Cleynen

Reeds vele jaren kweek ik met verschillende koppels Bartlett dolksteekduiven.

De volières waarin ze worden ondergebracht, zijn volledig overdekt met golfplastiek. De afmetingen bedragen 4 m op 1 m en 2 m hoogte. In elke volière komt steeds één koppel. Kleinere duifjes zoals diamantduifjes verdragen ze soms wel in hun omgeving. Een derde van het dak van de volière is ondoorzichtig, de rest is gewoon lichtdoorlatend.

De bodem van het verduisterde gedeelte bestaat uit beton waarop een laagje schelpenzand gestrooid wordt. Hier staan dan ook het bakje met voeding alsook een open drinkpotje. Als voeding krijgen ze een goede zaadmengeling met veel kleinere graansoorten, aangevuld met een eiwitkorrel (P40-korrel). In de zomerperiode lusten ze ook graag verschillende bessensoorten. Als versnapering kan je ze dan wat meelwormpjes geven. Let echter op, want overdaad schaadt. In dit verduisterde gedeelte van de volière worden ook een tweetal open nestkistjes op verschillende hoogtes opgehangen.

Deze kistjes zijn ongeveer 15 cm bij 12 cm en een opstaande rand van 6 cm. Hierin plaats ik steeds een laagje zand en wat hooi. Eventueel kan men deze kistjes wat afdekken met conifeertakjes of een plankje. De duiven broeden graag wat verscholen. Ze voelen zich dan ook veiliger.

Op de grond werp ik wat berkentakjes of wat naalden van de grove den. Dit om het natuurlijk instinct van nest maken wat aan te wakkeren.

De rest van de volière bestaat uit een goede laag bladaarde. Hierin zijn ook een paar kleine coniferen aangebracht. Boven dit gedeelte is er een waterslang aangebracht met één sproeinippel per volière. Deze slang is aangesloten op het waternet zodat ik zelf kan bepalen hoe vochtig ik de volièrebodem wil houden. Deze vochtige bodem is zeker nodig om de pootjes van de dolksteekduiven in prima conditie te houden.

Doffer en duivin worden in het voorjaar samen in de volière geplaatst.

Doe dit liefst tijdens een periode dat je thuis bent om de dieren goed te kunnen observeren. Het kan soms wel eens voorkomen dat de doffer wat te driftig is en de duivin nog niet klaar is, met natuurlijk een dodelijke afloop als gevolg. Is de doffer echt te driftig, dan kan je hem in een aangrenzende volière plaatsen ofwel in een kleinere kooi in de volière zelf. Je zult vlug merken wanneer de duivin kweekklaar is. Ze zal met de vleugels trillen en naar de doffer toe gaan.

Nu kunnen we de twee terug samen laten. De doffer zal de nestkistjes controleren en de duivin zal dan de geschikte nestplaats uitkiezen.

De doffer zal takjes aanbrengen en de duivin zal deze wat schikken. Op de grond speelt zich tussendoor dan een mooi ritueel af door het baltsen van de doffer.

De duivin legt dan één ei en zal gedurende de nacht en een groot deel van de dag broeden. De doffer broedt van ongeveer 10 uur ’s morgens tot ongeveer 16 uur in de namiddag.

Men laat gedurende de broedperiode de duiven liefst met rust. Nestcontrole kan, mits de beide duiven even van het nest zijn.

Na ongeveer 18 dagen komt het jong uit. Dit kondigt zich gewoonlijk aan doordat beide duiven op het nest zitten.

De eerste dagen wordt het jong goed afgeschermd tegen de koude. Na een tiental dagen zijn de veertjes reeds goed doorgegroeid en kan men voorzichtig het jong ringen. Opgepast hiermee, want het jong kan dan wel uit het nest wippen. Gebeurt dit, plaats dan het jong terug in het nest en houd je hand een paar ogenblikken boven het jong tot het rustig geworden is. Trek dan heel voorzichtig je hand terug en probeer zonder bruuske bewegingen de volière te verlaten.

Na een veertiental dagen zal het jong het nest verlaten. Vliegen kan het dan reeds goed, doch het heeft nog een zeer korte staart en is echt nog hulploos. De beide ouderdieren zullen het dan ook op de grond beschermen. ’s Avonds zal het mee op stok gaan en tussen beide ouderdieren plaatsnemen.

Het jong wordt dan nog tot soms een maand lang verder beschermd en gevoederd.

De doffer zal nu spoedig terug gaan baltsen. Dit is dan wel het gevaarlijkste moment voor het jonge duifje, want hij zal dit jong voor een concurrent aanzien. Dit is dan ook het moment om het jong uit de volière te halen.

Plaats het in een aparte kooi en zorg ervoor dat het goed voedsel en drank weet te vinden.

Wil het de volgende dag niet zelf eten, dan kan je het erop wagen om het terug in de volière te plaatsen, maar verwijder dan wel eerst de doffer. De duivin zal dan verder het jong aanmoedigen tot eten.

Op deze manier kan het je lukken om drie jongen per seizoen van één koppel te fokken.

Soms kan het gebeuren, dat het legsel na een paar dagen reeds in de steek gelaten wordt, doordat de doffer te heftig is en reeds terug begint te pronken of dat ze gestoord worden door een kat, een uil of zelfs door vreemde personen die een kijkje komen nemen.

Dit legsel kan men dan overleggen naar voedsterduiven. De meest geschikte voedsterduiven zijn onze lachduifjes. Let echter op, want de broedduur van de lachduifjes (14 dagen) komt niet overeen met die van de Bartlettduiven (18 dagen).

Je moet dan de eerste vier dagen het eitje leggen onder een broedend paartje om het daarna verder te leggen onder een paartje dat na deze vier dagen pas begonnen is aan hun broedcyclus. De datum van uitkomst komt dan overeen met deze van de Bartlettduiven.

Om een goede opfok van het jong te bekomen zou men na een zestal dagen het jong moeten verleggen onder een ouderpaar dat pas dan jongen moet hebben. Immers het opgroeien een jonge Bartlettduif duurt veel langer dan de opgroei van een lachduifje.

Je ziet dat dit dus wel wat ervaring vereist.

Op deze manier kan je natuurlijk meer jongen per seizoen bekomen. Doch let er op van je dolksteekduiven geen legkippen te maken. Kwaliteit gaat zeker vóór kwantiteit.

Algemeen besluit

Bartlett dolksteekduiven zijn prachtige juweeltjes in de volières mits men met een paar regels rekening houdt:

- Goed aangepaste volière met geregeld een vochtige bodem

- Aangepaste voeding

- Vorstvrij overwinteren

- Dagelijkse observatie

- Veel geduld om de dieren zelf te laten kweken

- De dieren met veel respect behandelen daar ze niet in overvloed aanwezig zijn in de natuur.

G. criniger