Celebesduif

Wet.: Gallicolumba tristigmata E.: Celebes quail dove

F.: Colombe de Célèbes

D.: Celebes erdtaube

Beschrijving :

De Celebes grondduif is de grootste soort uit het genus Gallicolumba.(3o cm tot 35 cm).

Ze is kort, gedrongen gebouwd en staat hoog op de poten. Qua vorm doet ze meer aan een kwartel denken dan aan een duif. De hoofdkleur van deze duif is olijfbruin.

Het voorhoofd is goudgeel. De achterkop is glanzend groen. Het gezicht is grijs en verloopt in witgrijs op de keel en donkergrijs met een groene schijn op de borst en de halszijden. Dwars over de hals loopt een brede roodpaarse band. Het mooiste kenmerk van deze duif is zeker de mooie geelgoude kleur van de onderborst die dan weer verder overgaat in wit naar de buik en de onderstaartveren toe. De achterhals, de mantel en de bovenrug zijn olijfbruin. Op het midden van de rug ligt een bronspurperen glans. De buitenste kleine slagpennen en de vleugeldekveren zijn roodbruin. De grote slagpennen donkerbruin en de ondervleugel witbruin gevlekt. Typisch zijn de drie witte dwarsbanden op de ondervleugels, die alleen zichtbaar zijn als de vogels vliegen. De middelste staartpennen zijn bruin. De buitenste leigrijs met een dofzwarte dwarsband voor het uiteinde.

De snavel is purpergrijs en de oogiris is donkerbruin.

De tamelijk lange poten zijn purperrood.

De twee geslachten zijn hetzelfde gekleurd, doch de duivin is meestal wat kleiner van type, is wat matter gekleurd, staat wat lager op de poten en heeft gewoonlijk een wat smallere kop.

Verspreidingsgebied en systematiek:

Naast de nominaatvorm beschrijft men nog twee ondersoorten.

- Gallicolumba tristigmata tristimata (Bonaparte 1855): dit is de nominaatvorm en komt voor in Sulawesi, vroeger Celebes genoemd.(Beschrijving: zie hierboven).

- Gallicolumba tristigmata auripectus (Stresemann 1941): Centraal- en Zuid-Centraal Sulawesi. De keel is witter, de borst meer glanzend goudkleurig en de dwarsaftekening op de hals is onderbroken in het midden. Het voorhoofd is lichter van kleur.

- Gallicolumba tristigmata bimaculata (Salvadori 1892): Zuid-Sulawesi. Is wat witter op de keel en het voorhoofd is minder geelgekleurd. De dwarse halsaftekening is ook onderbroken, zodat het twee afzonderlijke halsvlekken zijn.

Het is een duif die men vooral moet gaan zoeken in de dichtbegroeide wouden van de laaglanden als in de hoger gelegen wouden (tot 2000 m). Het is een zeldzame duif en is daarom ook moeilijk te observeren in hun habitat.

Hun voeding bestaat uit zaden, bessen en insecten die ze op de grond oppikken.

Hun vlucht is kort en snel en eindigt steeds met een snelle looppas om zich dan onmiddellijk te verschuilen in het dichte struikgewas. Hierbij buigt ze zich dan volledig naar voren en blijft gedurende lange tijd onbeweeglijk zitten tot ze zich terug veilig voelt. Dit is een fenomeen dat vaak in de volière waarneembaar is wanneer de duiven zich onveilig voelen.

Stresemann beschrijft observaties in de natuur van scharrelbewegingen met de poten alsook wroetbewegingen van de snavel op zoek naar voedsel.

Deze scharrelbewegingen heb ik echter nooit kunnen waarnemen in de volière.

Balts:

De roep van de Celebes grondduif bestaat uit zeer korte opeenvolgende klanken: ‘u-k-u-k-u-k-u-k-u’.De doffer zal de duivin lokken door de vleugels heel hoog naar boven te bewegen. Dit zal hij meerdere keren na elkaar doen en zal dan naar de duivin stuiven, plots blijven staan, naar voren buigen en laat een tamelijk bulderend geluid horen. Telkens weer houd ik mijn hart vast omdat de doffer werkelijk zo hevig te keer gaat. Indien de duivin bereid is om te paren, zal ze eerst snavelen: ze steekt dan de snavel in deze van de doffer en bedelt om eten. Daarna zal ze wat door de poten buigen en met de vleugels trillen. De doffer zal dan de duivin bespringen en zoekt met opgeheven vleugels zijn evenwicht en de paring zal volgen. De paringen gebeuren steeds op de grond.

Voeding:

De voeding bestaat uit een zeer gevarieerde duivenmengsel. Dit wordt dan aangevuld met een eiwitkorrel (P40-korrel) en eventueel wat gesneden fruit of bessen. Meelwormen vinden ze een echte lekkernij.

Er moet ook steeds een potje duivengrit in de volière staan.

Dagelijks vers water, liefst in open potjes die goed zichtbaar in de volières moeten opgesteld worden.

Kweek in beschermd milieu:

Het was Bonaparte die in 1855 ons het bestaan van deze soort liet geworden. Later werden er dan nog sporadisch exemplaren naar Europa ingevoerd.

In de aanvangsjaren van ’80 vonden er talrijke importen van deze duiven plaats en dit zowel in Duitsland als in België. In 1983 was er een gelukt broedsel bij de Duitse kweker Münst en later ook bij onze Belgische kwekers Raymaekers uit Geel en Van den Wijngaerdt uit Emblem.

De duiven houden van een tamelijk grote en goed beplante volière.

Ze leggen één roomkleurige ei (3,6mm x 2,4mm) in een liefst open nestkistje.

De broedtijd bedraagt 18 – 19 dagen.

Het jong blijft tussen de drie à vier weken in het nest en wordt daarna nog tot zelfs vier weken verder gevoederd.

De duiven moeten tijdens de winter vorstvrij gehouden worden.

De ringmaat bedraagt 7mm.

Het is een duivensoort die eigenlijk weinig gehouden wordt bij onze liefhebbers en toch verdient deze duif veel meer aandacht.

A.Cleynen

G. tristigmata