Bonte muskaatduif D.

Inleiding:

Muskaatduiven behoren tot het genus DUCULA, ook wel eens de grote vruchtenduiven of imperialduiven genoemd.

Dit zijn allemaal mooie grote duiven, die in hun biotoop uitsluitend vruchten eten. Ze kunnen hun snavel wijd opensperren zodat ze zeer grote vruchten in hun geheel kunnen doorslikken.

De duiven verteren alleen het vruchtvlees en de pitten komen via de ontlasting naar buiten en zorgen zo voor de verspreiding van verschillende plantensoorten. Hun maagwand is voorzien van een ruwe versteviging, zodat deze de dunne vezellaag van de vruchten kunnen afschrapen.

De grootte van deze duivengroep varieert van de kleinste soort, die een grootte heeft van ongeveer een gewone stadsduif tot tweemaal deze grootte. Het zijn echt imposante duiven.

Verschillende van deze duivensoorten vinden we terug in de volières van onze liefhebbers.

De bedoeling van dit artikel is om drie soorten te beschrijven:

- De bonte muskaatduif (Ducula bicolor)

- De Celebes muskaatduif (Ducula luctuosa)

- De Australische muskaatduif (Ducula spilorrhoa)

Deze drie soorten zijn speciaal gekozen omdat ze ten eerste alle drie tweekleurig zijn (zwart-wit) en omdat we bij verschillende bezoeken aan liefhebbers gemerkt hebben dat deze soorten door elkaar gekruist worden en dit zou zeker zeer spijtig zijn voor de verdere uitbouw van een stam binnen deze soorten.

We zullen trachten aan de hand van beschrijvingen en vergelijkende foto’s de liefhebber toch wat wegwijs te maken om met zuivere exemplaren te starten.

Het was voor de werkgroep ‘Wilde duiven’ ook geen eenvoudige opdracht.

De Bonte Muskaatduif (Ducula bicolor)

E.: Pied Imperial Pigeon

F.: Carpophage blanc

D.: Zweifarben-Fruchttaube

Van de bonte muskaatduif bestaat er naast de nominaarvorm Ducula bicolor bicolor ( Scopoli, 1786) ook nog een ondersoort de Ducula bicolor melanura (G.R.Gray,1860)

Beschrijving:

De grootte van de bonte muskaatduif varieert tussen 35 en 42 cm en met een gewicht tussen 365 en 510 g. Het gevederte is overwegend wit met een melkachtig-gele gloed.

De grote en kleine slagpennen en de laatste helft van de staart zijn zwart met soms een zilverachtige tint.

De poten zijn grijsblauw. De snavel is grijs met een donkere punt.

De oogiris is donkerbruin.

De ondersoort Ducula b. melanura heeft een grotere zwarte staart met ook wat donkere vlekken in de onderstaartdekveren.

Biotoop:

De bonte muskaatduif komt voor in grote delen van Zuid-Azië, Australië en op vele eilanden van de Stille Oceaan.

Ducula b. bicolor: Golf van Bengalen tot de eilanden van Andaman tot de Filippijnen en de Kleine- en Grote Sunda-Eilanden.

Ducula b. melanura: komt vooral voor op de Molukken

bicolor bicolor