DE GUINEADUIF Guineaduif doffer

Wet. : Columba guinea

Frans : Pigeon de Guinée

Duits : Guineataube

Engels : Speckled Pigeon

Systematiek

De Guineaduif vinden we terug in de genus ‘Columba’. Dit is de groep van de typische duivensoorten waartoe ook de rotsduif, de holenduif en de houtduif behoren. Het zijn allemaal duiven van een gemiddelde grootte met goed ontwikkelde vleugels en een afgeronde staart. Het zijn ook zeer goede vliegers die we steeds in de bomen terugvinden. Goodwin deelt de genus ‘Columba’ in twee groepen in: deze van de ‘Oude Wereld’ (Europa, Azië en Afrika) en deze van de ‘Nieuwe Wereld’ (Amerika)

De Guineaduif behoort tot de groep van de’Oude Wereld’.

Van de Guineaduif bestaat er naast de nominaatvorm nog twee ondersoorten:

- Columba guinea guinea

- Columba guinea phaenota

- Columba guinea bradfieldi

Verspreidingsgebied

C.g.guinea (Linnaeus)

Van West-Afrika (Senegal en Gambia) tot ver in Oost-Afrika. In het westen tot in

Ethiopië en Noord-Ghana en in het oosten over Mali, Niger, Tsjaad, Sudan, Somalië

tot in Zuid-Tanzania.

C.g.bradfieldi

Centraal-Namibië

C.g.phaenota (Gray)

Zuid-Afrika van Kaapstad over Namibië tot Angola en in de andere richting van

Noord-Mozambique, Zambia, Zimbabwe en Zuid-Rhodesië

Beschrijving

C.g.guinea

De Guineaduif heeft ongeveer de grootte van een stadsduif, doch de snavel is langer en de veren zitten vaster op het lichaam wat deze duif dan ook wat fijner doet lijken.

Grootte: tussen 32 cm en 35 cm.

De kop is hel grijsblauw.

Rond het oog bevindt er zich een mooie rode wratachtige vlek, die vertrekt van de inplanting van de snavel tot ver achter het oog. Deze vlek kan tijdens de baltsperiode fel opzwellen en een zeer dieprode kleur krijgen.

De oogiris is geelbruin tot oranje.

De snavel is zwart met een bleke washuid.

De hals en de borst vertonen roodbruine lancetveren wat deze duif een prachtig halsbehang geeft.

De bovenrug, de schouders en de kleine vleugeldekken zijn wijnrood.

Op de gesloten vleugel zijn de mooie driehoekige witte vederspotten te zien (hamering).

De grote vleugelpennen zijn grauw en naar het einde toe zwart.

De borst en de buik zijn grijsblauw met een zilveren tint. De stuitkleur is zilver tot wit.

De staart is grauw met twee zwarte dwarsbanden, eentje in het midden en één op het uiteinde.

De twee buitenste staartveren zijn bleek gezoomd. De onderzijde van de staart is bleker.

De poten zijn rood.

C.g.phaenota

Deze Zuid-Afrikaanse vorm is kleiner dan de nominaatvorm.

De grauwgrijze vederpartijen zijn veel donkerder. De stuitkleur is blauwgrijs.

De driehoekige witte vlekken zijn kleiner.

Deze ondersoort wordt ook wel eens ‘kafferduif’ genoemd.

C.g.bradfieldi

Van deze ondersoort is er nergens een beschrijving te vinden.

Ringmaat : 7 mm

De duiven leggen twee witte eieren per broedsel.

De broedduur bedraagt 15 tot 16 dagen.

De jongen blijven ongeveer 25 dagen in het nest.

Alhoewel ze in Afrika voorkomen zijn het zeer geharde vogels die ons guur klimaat zeer goed verdragen en zelfs tijdens zeer strenge vorst toch nog overgaan tot nestelen en grootbrengen van de jongen.

Echter zeer agressieve vogels.

Guineaduiven in… twee ondersoorten

Columba guinea guinea en Columba guinea phaenota

Beide ondersoorten worden door de liefhebbers in de volière gehouden. Veel liefhebbers weten echter niet met welke duif ze uiteindelijk te doen hebben.

Een opvallend verschil tussen beide ondersoorten is de stuitkleur.

Bij de nominaatvorm is deze bleek (zilver) van kleur.

De zuidelijke guineaduif heeft een goed gekleurde blauwgrijze stuit.

Ondersoorten van deze duiven kunnen gemakkelijk met elkaar verpaard worden. De jongen (F1) uit deze combinatie zijn ook perfect vruchtbaar.

Wanneer nu een zuidelijke vorm paart met een noordelijke vorm, of anders gezegd: een blauwstuit met een witstuit, dan vertonen de jongen een duidelijke blauwgrijze stuit zoals die terug te vinden is bij de zuidelijke vorm (C.g.phaenota).

Deze kleur is dus dominerend ten opzichte van de nominaatvorm.

Guineaduiven met een lichte stuit kunnen dus nooit eerste-generatie-kruisingen zijn van de beide ondersoorten.

Dieren met een donkere stuit kunnen dit dus wel zijn. (fenotypisch zuiver, doch genotypisch onzuiver).

Weet U welke vorm U hebt ?